World's Last Chance

Bereid Hart en Geest voor op Yahushua's terugkomst!

Bereid Hart en Geest voor op Yahushua's terugkomst!

“Houd de Sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan Yahuwah; dan mag u niet werken.” Exodus 20:8-10

Voor mensen die aan de Bijbelse geboden willen gehoorzamen is de vraag: “Welke is de eerste dag?” We kunnen allemaal tot zeven tellen, maar waar begint de telling? Hoe kun je weten wat de ware zevende dag is? De Schepper die de week gemaakt heeft, ontwierp ook een maand waarin die week geplaatst wordt. De kalender van de Schepping begint met Nieuwe Maan Dag, gevolgd door vier complete weken. Elke week bevat zes werkdagen en een zevendedag Sabbatsrust.

Kalender van de Schepper image

In het begin ontwierp de Schepper de beweging van de zon en maan om tijd aan af te meten.

Yahuwah zei: “Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten dienen voor tekenen1, seizoenen [H41502; religieuze samenkomsten] en de dagen en de jaren : . . . Twee grote lichten [plaatste Hij] . . . aan het hemelgewelf . . . om te heersen over de dag en over de nacht.” (Genesis 1:14, 16-18)

Tijd kan alleen gemeten worden door middel van beweging. De rotatie van de zon meet een dag af. In 365 dagen en een kwart dag, keren de zon en aarde terug naar dezelfde relatieve positie. Dit is een zonnejaar. De cyclus van de maan telt 29 en een halve dag en vormt een maansomloop, en is de basis van de maand. Twaalf en een derde maansomloop hebben dezelfde lengte als een zonnejaar.

Er zijn drie basis kalender-formaten die de beweging van de zon en maan gebruiken :

  1. Solair: het meten van beweging van aarde en zon.

    Zonnekalenders gebruiken de zon alleen voor het meten van de lengte van het jaar. Maanden met arbitraire lengte hebben geen link met de natuur. Op de Gregoriaanse solaire kalender, circuleren de weken aaneengesloten. Zelfs de schrikkeldag, elke vier jaar, verstoort de continuerende wekelijkse cyclus niet.

  2. Lunair: het meten van de beweging van de maan.

    Lunaire kalenders zijn gebaseerd op de cycli van de maan. Maanden, die beginnen met de eerste zonsopkomst na de conjunctie, rouleren continu zonder aanpassing door het zonnejaar. Omdat 12 maansomlopen 11 dagen korter zijn dan een zonnejaar, wandelen lunaire maanden door de seizoenen heen.

  3. Luni-solair: lunaire maanden zijn verankerd binnen het zonnejaar.

    De zon en maan functioneren samen als een luni-solaire kalender. Maansomlopen worden aangepast aan het langere zonnejaar door toevoeging van een 13e maand, zeven keer in 19 jaar tijd. De wekelijkse cyclus begint opnieuw met elke nieuwe maan. Elke maanslomloop telt vier complete weken.

De kalender die tijdens de Creatie is vastgesteld is luni-solair. Het is de meest accurate en precieze van alle tijdhoudende systemen.

In de Schrift begint elke maansomloop met de viering van een bijzondere dag van aanbidding: Nieuwe Maan Dag. Omdat het een aanbiddingsdag is, kan deze niet meegeteld worden als deel van de 6 werkdagen in de eerste week van elke maand. Nieuwe Maan Dag begint met zonsopkomst na de astronomische nieuwemaan, ook wel conjunctie genoemd. Zes werkdagen volgen en dan een zevendedag Sabbat op de achtste dag van de maand. Nog drie weken volgen, eindigend op de 29e. Door meting en berekening in de dagen die leiden naar de 29e, wordt het moment van conjunctie duidelijk, dus kan men bepalen of de maand 29 of 30 dagen telt. Een maand heeft nooit meer dan 30 dagen.

Kalender van de Schepper

De ware luni-solaire kalender is heel gebruiksvriendelijk. Dagen van de week vallen altijd op dezelfde data van de maand. Telkens wanneer een zevendedag Sabbat in de Schrift genoemd wordt, valt deze altijd op de 8e, 15e, 22e en 29e van de maand.

De Schrift verklaart dat de maan specifiek gecreëerd werd om tijden van aanbidding te berekenen.

“U heeft de maan gemaakt voor de tijden [H41501; aanbiddingstijden].” (Psalm 104:19)

De week van de Schepping eindigde met een Sabbatdag van rust. Exodus 31 verklaart dat de Sabbat door alle generaties heen gehouden moet worden.

Zeg tegen de Israëlieten: Neem wel steeds mijn Sabbat in acht, want elke generatie opnieuw is die dag voor Mij en voor jullie een teken dat eraan herinnert dat Ik, Yahuwah, jullie geheiligd heb. (Zie Exodus 31:13.)

De zevendedag Sabbat werd ontworpen door de Schepper als teken van trouw tussen Hemzelf en Zijn volk. De vijand, Lucifer, heeft de burgerlijke kalender veranderd en heeft daarmee de aanbidding die de Schepper toekomt, gestolen. Door traditie en aanname heeft Lucifer de wereld verenigd in het gebruik van de zonnekalender met doorlopende cycli van weken. Wanneer iemand aanbidt, onthult wie hij aanbidt. Iedereen die een zonnekalender gebruikt voor het berekenen van zijn aanbiddingsdagen geeft, onwetend, zijn trouw en aanbidding aan de grote Misleider.

Zij die verlangen hun trouw aan de Schepper te tonen, zullen Hem aanbidden op de dag die Hij hiervoor heeft toegewezen. Om de correcte aanbiddingsdag te vinden moet men de luni-solaire kalender gebruiken die is vastgesteld tijdens de Schepping.

De Schrift onthult dat de kalender die gebruikt wordt voor aanbidding tot in alle eeuwigheid, gebaseerd is op de nieuwe maan:

“Elke nieuwe maan en elke Sabbat opnieuw zal alles wat leeft hierheen komen om zich voor Mij neer te buigen.” (Jesaja 66:23)

Wie aanbidt u? Aan wie betoont u uw trouw? De kalender die u gebruikt om aanbiddingstijden mee te berekenen onthult de godheid die u aanbidt.


1 Letterlijker vertaald uit de originele Geschriften, i.v.m. onjuiste gangbare Bijbelvertalingen.
2 “Since the Jewish festivals occurred at regular intervals, this word becomes closely identified with them . . . Mo’ed is used in a broad sense for all religious assemblies. It was closely associated with the tabernacle itself . . . [Yahuwah] met Israel there at specific times for the purpose of revealing His will. It is a common term for the worshiping assembly of . . . [Yahuwah’s] people.” (See #4150, “Lexical Aids to the Old Testament,” Hebrew-Greek Key Word Study Bible, KJV.)

While WLC no longer believes that the annual feast days are binding upon believers today, we humbly encourage all to set time aside to commemorate them with solemnity and joy, and to learn from Yahuwah’s instructions concerning their observance under the Old Covenant. Doing so will surely be a blessing to you and your home, as you study the wonderful types and shadows that point to the exaltation of Messiah Yahushua as the King of Kings, the Lord of Lords, the conquering lion of the tribe of Judah, and the Lamb of Yahuwah that takes away the sins of the world.

Mozes nam een tent en plaatste deze ver buiten het kamp van Israël. Hij noemde dit Tent, Mo’edim. Dit was niet de tabernakel (ontmoetingstent) in het midden van het kamp.. Dat heiligdom tent in the desertwas nog niet gebouwd. Tent Mo’edim was een eenvoudige, gewone tent die apart gezet was voor een bijzonder doel: Yahuwah ontmoeten op Zijn aangewezen tijden. Mo’edim wordt vertaald als: aangewezen tijd, congregatie, samenkomst, dagen, teken, synagoge, seizoen en feest. Deze lijst woorden vangt echter lang niet de volledige betekenis van het Hebreeuwse woord.

“Mo’ed wordt gebruikt in een brede betekenis voor alle religieuze samenkomsten. Het was nauw verbonden met de tabernakel zelf. . . . [Yahuwah] ontmoette Israël daar op specifieke tijden met als doel Zijn wil te onthullen. Het is een gebruikelijke term voor de aanbiddingssamenkomst van . . . [Yahuwahs] mensen.” (“Lexical Aids to the Old Testament,” Hebrew-Greek Key Word Study Bible, p. 1626.)

Van de diverse betekenissen van mo’ed, is “de aangewezen ‘tijd’ de meest basale.” (Mo’ed, #4150, The New Strong’s Expanded Dictionary of Bible Words.)

De Schepper is heel specifiek over welke tijden zijn aangewezen voor aanbidding. In het begin, schiep Hij een systeem van tijd houden, een kalender, waarmee Zijn aangewezen tijden, Zijn mo’edim,berekend worden.

“En Elohim zei, Laten er lichten zijn in het uitspansel van de hemel om de dag van de nacht te scheiden; en laat hen voor tekenen zijn en seizoenen, en voor dagen en jaren.” (Zie Genesis 1:14.)

(*Letterlijker vertaald uit de originele Geschriften, i.v.m. onjuiste gangbare bijbelvertalingen.)

sun and moonDe lichten aan de hemel waren ontworpen om de tijd te meten door hun beweging. Zonder beweging is er geen tijdmeting. De zon was gegeven om dagen te meten . . . en jaren. De maan meet maanden, of maansomlopen, als delen van een jaar. Het patroon voor de week was zes werkdagen, gevolgd door een zevende dag van rust. Dit kortere segment van tijd binnen in de maand was tot stand gekomen tijdens de Schepping.

De moderne heidense/ pauslijke kalender heeft doorlopende weekcycli. De kalender van de Schepping start de weekcyclus opnieuw na elke Nieuwe Maan dag. Dus, elke keer wanneer er een datum is gegeven voor een zevendedag Sabbat in de Schriften, valt deze altijd op de 8e, 15e, 22e of 29e van de maan-maand. De hemelse ontwerper heeft de maan specifiek gemaakt voor het meten van Zijn tijden, aangewezen voor aanbidding. Zijn mo’edim. “Hij stelde de maan aan voor seizoenen [#4150].” Psalm 104:19

Met andere woorden, “Hij schiep de maan voor mo’edim, Zijn gewezen tijden voor aanbidding.”

De Schriften geven negen tijden op, aangewezen voor aanbidding:

Deze goddelijk aangewezen tijden kunnen alleen gevonden worden op een kalender die de maan voor tijdsmeting gebruikt. Leviticus 23 citeert Yahuwah, die zegt dat de zevendedag Sabbat en de jaarlijkse feesten alle Zijn mo’edim zijn. Zijn aangewezen tijden van aanbidding.

En Yahuwah sprak tot Mozes, zeggende, “Spreek tot de kinderen van Israël en zeg hen: ‘De feesten [aangewezen tijden] van Yahuwah, welke u tot heilige samenkomsten zult uitroepen, deze zijn Mijn feesten [aangewezen tijden].”

Biblical Lunar-Solar Calendar

Elke keer wanneer er een datum is gegeven voor een zevendedag Sabbat in de Schriften, is dit altijd op de 8e, 15e, 22e of 29e van de maan-maand.

‘Zes dagen zult u werken, maar de zevende dag is een Sabbat van plechtige rust, een heilige samenroeping. U zult die dag geen werk doen; het is de Sabbat van Yahuwah, waar u ook woont.’

‘Deze zijn de feesten [aangewezen tijden] van Yahuwah, heilige samenroepingen welke u zult uitroepen op hun aangewezen tijden [mo’edim].

‘Op de veertiende dag van de eerste maand met de schemering is Yahuwah’s Pesach. En op de vijftiende dag van dezelfde maand is het Feest van Ongedesemde Broden . . . [En de priester] zal de korenschoof voor Yahuwah opheffen . . . op de dag na de Sabbat . . . .

U zult voor uzelf tellen vanaf de dag na de Sabbat waarop u de Korenschoof brengt, zeven Sabbats. Deze moeten compleet zijn. Dan na de zevende Sabbat, zult u 50 dagen tellen (tot Pinksteren of Wekenfeest), en zult u een nieuw offer brengen aan de Eeuwiglevende. . . [Fenton Vertaling]

‘In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, zult u een Sabbat houden, een gedenking van schallende trompetten, een heilige samenroeping . . . En op de tiende dag van deze zevende maand zal de Verzoendag zijn. Het zal een heilige samenroeping voor u zijn . . .

De vijftiende dag van deze zevende maand zal het Loofhuttenfeest zijn voor zeven dagen voor Yahuwah.

‘Deze zijn de feesten [aangewezen tijden] van Yahuwah welke u zult uitroepen tot heilige samenroepingen . . . [in aanvulling op] de Sabbats van Yahuwah.’” (Zie Leviticus 23.)

Leviticus 23 stelt vast dat de zevendedag Sabbat en de jaarlijkse feesten alle mo’edim zijn: aangewezen tijden voor aanbidding. Deze zijn alle kostbare geschenken, gecalculeerd met het licht dat door de Schepper daarvoor aangewezen is, de maan.

“Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf . . . en laat hen zijn voor tekenen en voor seizoenen [aangewezen tijden].” (Genesis 1:14)

Naast het zijn voor tijdmeting, heeft de Schepper de hemellichamen ook gemaakt om te fungeren als teken van loyaliteit, die de gehoorzamen scheidt van de rebellen. Yahuwah’s kalendersysteem is het teken dat de Kinderen van het Licht scheidt van de Kinderen van het Duister.

Door de eeuwigheid heen zal het universum verenigen in de belofte van loyaliteit aan de Schepper door Hem te aanbidden op Zijn aangewezen tijden, Zijn mo’edim.

”En het zal gebeuren
Dat van de ene Nieuwe Maan tot de andere,
En van de ene Sabbat tot de andere,
Alle vlees tot Mij zal komen voor aanbidding”, zegt Yahuwah.
(Zie Jesaja 66:23.)

Wilt u uw trouw aan uw Schepper beloven? Voeg u bij de getrouwen en loyalen in de hemel en op aarde. Aanbid de Schepper op Zijn aangewezen tijden, berekend aan de hand van Zijn klok: de maan.

hands holding the moon

2 Mannen [Constantijn + Hillel] ÷ 2 Agenda’s = 1 Mega Misleiding

In vierde eeuw G.T., werd de oude Sabbat verdrongen door de zaterdag door een verandering in de kalenders.
De ware Sabbat van de Schrift ging verloren.

Een van de grootste fraudes in de wereldgeschiedenis werd bijna 1.700 jaar geleden gepleegd met de acties van twee mannen. De Roomse keizer Constantijn beging een onheilspellende daad: hij verenigde zijn rijk door de zondag te promoten als de dag van Yahushua’s opstanding en verbood het gebruik van de Bijbelse kalender voor het berekenen van Pascha. Dit zette een reeks van reacties in gang. De Joodse leider Hillel II reageerde op de vervolging naar aanleiding van deze wetgeving met de wijziging van de Bijbelse kalender. Dit verving de ware Sabbat door de heidense zaterdag. Het was een ketting van acties en reacties van epische proporties. De vertakkingen gaan tot op de dag van vandaag door met elke Christen en Jood die aanbidt volgens de Gregoriaanse kalender.

ACTIE


Constantijn

Constantijn I & Hillel II: Twee Mannen Die de Hele Wereld Misleid Hebben imageDe vierde eeuw was een enorme zee van verandering in de tumultueuze oceaanstroom van de geschiedenis. Het Christendom kreeg een steeds groter wordende aanwezigheid in het Romeinse Rijk, terwijl het heidendom de overheersende invloed bleef. De tijd was rijp voor iemand met de kracht en het initiatief om te profiteren van een unieke tijd in de geschiedenis.

St. Constantijn de Grote (ca. 272 – 337 G.T.) wordt algemeen beschouwd als de eerste “Christelijke” keizer van het Romeinse Rijk. De realiteit is dat hij in de eerste plaats een heiden was. Hij liet zich kort voor zijn dood dopen, maar hij behield zijn positie als hoofd van de staatsgodsdienst en droeg de titel Pontifex Maximus tot aan zijn dood.[1] Zelfs de Katholieken geven toe dat Constantijn het ambt van pontifex maximus behield na zijn zogenaamde ‘bekering’.[2]

Constantijn was tevens een briljant strateeg met een politieke agenda. Hij wilde de twee invloedrijkste facties in zijn rijk verenigen: heidenen en Christenen. Joden waren een verachte minderheid wiens invloed moest worden beperkt en gemarginaliseerd. Daarom waren Constantijns inspanningen om zijn rijk te verenigen gericht op het vinden van een gemeenschappelijke basis om de heidenen en westerse, heidense Christenen te verenigen. Hij vond dit op de zondag van de heidense, planetaire week.

De vroege Juliaanse kalender had, net als die van de Romeinse Republiek ervoor, een achtdaagse week. De letters A tot en met H vertegenwoordigden de dagen van de week. In die tijd gebruikten verschillende landen verschillende middelen om de tijd bij te houden en binnen het Romeinse Rijk zelf waren er regionale verschillen in de Juliaanse kalender. De heidense zevendaagse planetaire week kwam in de eerste eeuw v.Chr. naar Rome.[3]

Ondanks de opkomst van de planetaire week, bleef de vroege Juliaanse kalender nog enige tijd een achtdaagse week gebruiken. “De nundinale [achtdaagse] cyclus werd uiteindelijk vervangen door de moderne zevendaagse week, die voor het eerst in Italië in gebruik werd genomen tijdens de vroege keizerlijke periode [4] nadat de Juliaanse kalender in 45 voor Christus van kracht was geworden. Ook voor de [zevendaagse] week werd het systeem van de nundinale letters aangepast… Een tijdje bestonden de week en de nundinale cyclus naast elkaar, maar tegen de tijd dat de week officieel werd aangenomen door Constantijn in 321 na Christus, was de nundinale cyclus buiten gebruik geraakt.” [5] Terwijl de heidense planetaire week van zeven dagen bekend was bij de Romeinen en regionaal werd gebruikt, was de Juliaanse kalender in gebruik tijdens en onmiddellijk na het leven van Yahushua, en was nog steeds een achtdaagse week.

Dit feit wordt ondersteund door archeologisch bewijs: de Juliaanse fasti, die vandaag de dag nog steeds bestaan, tonen ofwel achtdaagse weken of vermelden zowel achtdaagse als zevendaagse weken op dezelfde kalender.

Het verval van de achtdaagse week viel samen met de uitbreiding van Rome. . . . De astrologische [planetaire] en Christelijke zevendaagse weken die net in Rome waren ingevoerd, werden ook steeds populairder. Er zijn aanwijzingen dat de Romeinse achtdaagse week en die twee zevendaagse cycli enige tijd gelijktijdig werden gebruikt. Het naast elkaar bestaan van twee wekelijkse ritmes die volledig uit fase met elkaar waren, kon natuurlijk niet lang worden volgehouden. Een van hen moest duidelijk wijken. Zoals we allemaal weten, was het de achtdaagse week die al snel voor altijd van de pagina’s van de geschiedenis verdween.[6]

Dit was niet een plotselinge transformatie. Toen de zevendaagse planetaire week aan populariteit won, werd het gebruik van de letters (A t/m G) om de dagen aan te geven aan de kant geschoven en werden de dagen van de week genoemd naar de planetaire goden.

Het lijdt geen twijfel dat de verspreiding van de Iraanse [Perzische] mysteries een aanzienlijk aandeel heeft gehad in de algemene aanvaarding, door de heidenen, van de week met de zondag als heilige dag. De namen die we voor de andere zes dagen onbewust gebruiken, kwamen in gebruik op hetzelfde moment dat het Mithraïsme zijn aanhangers won in de provincies in het Westen, en men is niet voorbarig in het leggen van een verband van toeval tussen zijn triomf en het daarmee gepaard gaande fenomeen.[7]

Archeologisch bewijs toont aan dat Christenen hun grafinscripties dubbel dateerden, waarbij ze zowel de zonne-Juliaanse datum als de overeenkomstige datum op de luni-solaire Bijbelse kalender gaven. Op een van die inscripties, gedateerd vrijdag 5 november 269 n.Chr. staat: “Tijdens het consulaat van Claudius en Paternus, op de Nones van november, op de dag van Venus en op de 24e dag van de maanmaand, plaatste Leuces [dit gedenkteken] aan haar zeer dierbare dochter Severa, en aan Uw Heilige Geest. Ze stierf [op de leeftijd] van 55 jaar en 11 maanden, [en] 10 dagen.”[8]

Roman Stick Calendar from the Baths of TitusDeze ‘stok’-kalender uit de Thermen van Titus, gemaakt in 79 – 81 G.T. toont Saturnus, die zijn sikkel vasthoudt, als god van de 1e dag van de week (zaterdag). De zonnegod komt daarna (zondag), gevolgd door de maangodin (maandag) op de 3e dag van de week.

Dit was de situatie waarvan Constantijn gebruik maakte om zijn politieke agenda te bevorderen. Het was een delicate evenwichtsoefening die de heidense factie meer bevoordeelde dan de Christelijke. Eerst voerde hij een reeks wetten uit die de dag van de zon, dies Solis of zondag eerden. Op de oorspronkelijke planetaire week was zaterdag eigenlijk de eerste dag van de week. Zondag was de tweede dag van de week en vrijdag was de zevende dag.

De zon was echter Constantijns persoonlijke symbool. Hij had Sol Invictus (Onoverwinnelijke Zon) op zijn munten gegraveerd staan en het bleef zijn hele leven zijn persoonlijke motto. Het verhogen van de zondag was acceptabel voor heidenen en iets waar sommige christenen al een compromis over hadden gesloten. Tegen de tweede eeuw waren al veel Christenen (vooral in het westen) gekomen om de zondag te vereren als de dag van de opstanding van de Heiland. Dit was de opening die Constantijn nodig had om het heidendom en het Christendom te verenigen.

Onderschat de Zondagswet van Constantijn niet. Hij beval de viering ervan, of liever nog, hij verbood de openbare ontheiliging van de zondag. Niet onder de naam Sabbatum [Sabbath] of dies Domini [de dag des Heren], maar onder de oude astrologische en heidense titel, dies Solis [zondag], bekend bij al zijn onderdanen. Zo was de wet zowel van toepassing op de aanbidders van Hercules, Apollo en Mithras als op de Christenen. Er is in zijn wet geen enkele verwijzing naar het vierde gebod of naar de opstanding van Christus. [9].

Constantijn wordt gezien als een Christen, vanwege zijn zondagswet, maar zijn ‘zondagswet’ was opzettelijk dubbelzinnig. Hij wilde dat deze aanvaardbaar zou zijn voor zowel heidenen als Christenen!

Hoe een dergelijke wet de plannen van Constantijn zou bevorderen is niet moeilijk te ontdekken. Het zou een speciale eer verlenen aan het feest van de Christelijke kerk, [10] en het zou de heidenen zelf een kleine zegen opleveren. In feite is er niets in dit edict dat niet door een heiden zou zijn geschreven. De wet eert de heidense godheid die Constantijn had aangenomen als zijn speciale beschermgod, Apollo of de Zon. De naam van de dag leende zich voor deze dubbelzinnigheid. De term zondag (dies Solis) werd zowel onder Christenen als heidenen gebruikt. [11]

De zevendaagse planetaire week werd het voertuig voor verandering. Zowel de achtdaagse Juliaanse week als de zevendaagse Bijbelse week werden aan de kant geschoven voor de planetaire week van het Mithraïsme. Deze week kwam uit het heidendom, niet uit de Bijbel zoals hedendaagse Christenen aannemen. “De tijd was rijp voor een verzoeking van staat en kerk, waarbij ieder elkaar nodig had. Het was geniaal van Constantijn om dit te beseffen en ernaar te handelen. Hij bood de kerk vrede aan, op voorwaarde dat ze de staat zou erkennen en de keizerlijke macht zou steunen.’[12]

Constantijns zondagswet verzoende inderdaad heidenen met velen van de Christenen. Echter, diende het ook om een controverse naar voren te brengen die al meer dan 100 jaar woedde: wanneer het offer van de Verlosser te vieren. Tot die tijd aanbaden veel Christenen, vooral in het oosten, nog steeds op de zegendedag Sabbat en hielden eveneens de jaarlijkse feesten van Yahuwah, berekend aan de hand van de Bijbelse maan-zonne kalender. Zelfs velen die de zondagsaanbidding hadden omarmd, gebruikten nog steeds de Bijbelse kalender voor het berekenen van Pascha.

Het was een langlopend debat waarbij twee verschillende kalenders betrokken waren.

Easter: Pagan Passover

Pasen: Heidens Pas

Sinds de tweede eeuw n.Chr. bestond er een meningsverschil over de datum voor het vieren van Pesach (Pasen), het lijden / de passie (sterven, begrafenis en opstanding) van de Heer. De oudste praktijk hiervan lijkt te zijn geweest om de veertiende (Pesach-datum), vijftiende en zestiende dag van de maan-maand te vieren, ongeacht de dag van de [Juliaanse] week waarop deze data van jaar tot jaar kunnen vallen. De bisschoppen van Rome, die de zondag-viering willen bevorderen als kerkelijk feest, beslisten dat de jaarlijkse viering altijd moet worden gehouden op de eerste vrijdag, zaterdag en zondag die na de 14e dag van de maan-maand vallen. In Rome waren vrijdag, zaterdag en Paaszondag vastendagen en op zondag werd het vasten verbroken met deelname aan de communie. Deze controverse duurde bijna twee eeuwen, totdat Constantijn tussenbeide kwam namens de Romeinse bisschoppen en de andere groep verbood.[13]

Een verklaring van Eusebius van Caesarea onthult dat de kerken van Azië lang vastgehouden hebben aan de Pesach viering op Abib 14, terwijl de kerken in het westen al waren overgegaan op de heidense Paas-zondag:

Een niet onbelangrijke vraag rees in die tijd [laat tweede eeuw] voor de parochies van heel Azië, omdat uit een oudere traditie, gehouden op de veertiende dag van de maan, de dag waarop de Joden geboden werden het lam te offeren, gehouden diende te worden als het feest van het Pesach van de Verlosser. Het was daarom noodzakelijk hun vasten op die dag te eindigen, op welke dag van de [Juliaanse] week deze ook zou vallen. Maar het was geen gebruik van de kerken in de rest van de wereld om op dat moment het vasten te eindigen… [14]

De doorlopende weekcyclus van de Juliaanse kalender betekende dat het Bijbelse Pesach op Abib 14 kon vallen op elke willekeurige dag van de Juliaanse week. Zij die aandrongen op een Paasviering op de Juliaanse kalender stelden een decreet op, dat eiste dat alle Christenen de opstanding moesten vieren op Paas Zondag, in plaats van het Pesach op Abib 14. Zo verdrong de waarneming van een heidense feestdag, ogenschijnlijk ter ere van de opstanding van Jezus, het feest van Yahuwah ter herdenking van de dood van Yahushua.

Om deze reden werden synodes en vergaderingen van bisschoppen gehouden, en allen stelden, eensgezind, door onderlinge correspondentie een kerkelijk decreet op, dat het mysterie van de verrijzenis van de Heer alleen op de dag des Heren [zondag] gevierd mocht worden. En dat we alleen op deze dag het einde van het paasvasten in acht moeten nemen.[15]

The Resurrection: Easter? or First Fruits?

De Opstanding: Pasen? Of Eerste Oogst?

Zij die vasthielden aan de Bijbelse kalendering protesteerden direct tegen het eigenmachtige decreet van de westerse bisschoppen. In een brief aan Victor, de bisschop van Rome, verklaarde Polycrates dat hij vast geloofde in het blijven gebruiken van de Bijbelse kalender voor de viering van het Pascha. Zijn brief is van bijzonder belang voor Christenen vandaag de dag, omdat er Johannes de Geliefde en de apostel Filippus in staan die het Pascha houden! Eusebius vertelt:

Maar de bisschoppen van Azië, geleid door Polycrates, besloten vast te houden aan het oude gebruik dat aan hen was overgeleverd. Hijzelf zette in een brief die hij aan Victor en de kerk van Rome richtte, de volgende woorden uiteen over de traditie die hem was overgeleverd:

Wij observeren de exacte dag; noch toevoegend, nog wegnemend. Want ook in Azië zijn grote lichten in slaap gegaan, die allen zullen opstaan op de dag van de komst van de Heer, wanneer Hij met Heerlijkheid uit de hemel zal komen en alle heiligen zal zoeken. Onder hen zijn Filippus, een van de twaalf apostelen . . . en, bovendien Johannes, die zowel getuige als een leraar was, die aan de boezem van de Heer lag, en . . . in slaap ging in Efeze. En Polycarpus in Smyrnia, die bisschop en martelaar was . . . Zij allen vierden de veertiende dag van het Pascha volgens het Evangelie, in geen enkel opzicht afwijkend, maar volgens de regel van het geloof. [16]

Als de gelovigen in Azië weigerden de Bijbelse kalender voor het berekenen van het Pascha op te geven, dan hadden ze waarschijnlijk ook geweigerd de ware Sabbat, berekend met dezelfde Bijbelse kalender, op te geven. De Bisschop van Rome “probeerde onmiddellijk de parochies van heel Azië af te snijden van de gemeenschappelijke eenheid, met de kerken die het als heterodoxe met hen eens waren; en hij schreef brieven en verklaarde alle broeders daar volledig te ex-communiceren.”[17]

Het is belangrijk op te merken dat er nooit enige discussie plaatsvond over wanneer de opstanding daadwerkelijk plaatsvond. Beiden erkenden dat dit geschiedde op 16 Abib van de maan-zonnekalender. Het meningsverschil als opgemerkt in bovenstaand citaat, ging om wanneer het gevierd moest worden. Data werden vastgesteld aan de hand van kalenders, dus uiteindelijk, was het een meningsverschil over welke kalender gebruikt moest worden om de viering te bepalen. Om werkelijk Christenen en heidenen te verenigen, moest de viering van de kruisiging en opstanding worden overgebracht van de Bijbelse maan-zonnekalender naar de heidense, Juliaanse zonnekalender. Vier jaar na de decreten ter verhoging van de zondag in 321 n.Chr. riep Constantijn in 325 het Concilie van Nicea bijeen om dit debat te beslechten.

Niet langer zou de Verlossers opoffering gevierd worden op de 14e, 15e en 16e dag Abib op de maan-zonnekalender. In de toekomst zouden deze gedenkingen verplaatst worden naar de vrijdag, zaterdag en paaszondag op de Juliaanse kalender, die kunnen zwerven tussen 20-22 maart en 22-25 april. De bisschop van Rome, zelf verlangend naar meer macht en invloed, gebruikte het gewicht van zijn invloed bij Constantijn. “Tegen de tijd van Constantijn was de afvalligheid in de kerk klaar voor de hulp van een bevriende burgerlijke heerser om de ontbrekende kracht van dwang te leveren.”[18]

Constantijn benadrukte dat de Joodse kalender niet langer gebruikt mocht worden voor het berekenen van deze data.

Tijdens het Concilie van Nice [Nicea] knapte het laatste draadje dat het Christendom verbond met de moederstam. Het paasfeest wordt tot op heden grotendeels gevierd op hetzelfde moment als het Joodse Pascha/Pesach, en wel op de dagen die door het Synhedrion [Sanhedrin] in Judea waren berekend en vastgesteld voor de viering ervan; maar in de toekomst zou de naleving ervan volledig onafhankelijk worden gemaakt van de Joodse kalender: “Want het is buitengewoon ongepast dat we op dit heiligste feest de gewoonten van de Joden zouden volgen. Laten we voortaan niets gemeen hebben met dit verfoeilijke volk; onze Heiland heeft ons een andere weg gewezen. Het zou werkelijk absurd zijn als de Joden zouden kunnen opscheppen dat we niet in staat zijn om het Pascha te vieren zonder hun regels (berekeningen).” Deze opmerkingen worden toegeschreven aan keizer Constantijn. . . [en werden] het leidende principe van de Kerk dat nu over het lot van de Joden zou beslissen. [19]

Constantijn bereikte drie dingen, waarvan de rimpeleffecten tot op de dag van vandaag weerklinken:

1. Standaardiseerde de planetaire week van zeven dagen, waardoor dies Solis (zondag) de eerste dag van de week werd, met dies Saturni (zaterdag) als laatste dag van de week.
2. Verhoogde Pasen en garandeerde dat het ware Pascha en het heidense pasen zelden of nooit op dezelfde dag zouden vallen.
3. Verhoogde dies Solis tot de dag van aanbidding voor zowel heidenen als Christenen.

Het lange termijneffect was dat “Paaszondag” het Christelijke paradigma binnenkwam als De Dag van de Opstanding van Christus. Het gevolg van deze herschikking van de tijdberekening was dat de dag voorafgaand aan paaszondag, zaterdag, voor altijd De Ware Bijbelse Sabbat werd. Dit is de ware betekenis van Constantijns Zondagswet” en legde hiermee de basis voor de moderne veronderstelling dat er altijd een continue wekelijkse cyclus heeft bestaan. [20]

Het resultaat van Constantijns daden was in feite in het voordeel van de heidense factie van het rijk. De corrupte bisschoppen van Rome waren echter in staat om deze acties als gunstig voor Christenen te presenteren. “Tegen de tijd van Constantijn was de afvalligheid in de kerk klaar voor de hulp van een vriendelijke burgerlijke heerser om de ontbrekende dwangkracht te leveren.”[21] De ware maan-zonnekalender, overgeleverd vanaf de Schepping en door Mozes, was verloren gegaan.

Resultaat

Het resultaat van Constantijns oecumene werd snel voelbaar. Allen die weigerden het gebruik van de Bijbelse kalender voor het berekenen van Pesach op te geven, voelden de zware hand van onderdrukking op hen vallen. De zoon van Constantijn, Constantius, ging nog een stap verder in de daad van zjin vader en verbood ook het gebruik van de Bijbelse kalender voor Joden. Historicus David Sidersky merkte op: “Het was onder Constantius niet meer mogelijk om de oude kalender toe te passen.”[22]

In de daaropvolgende jaren gingen de Joden door “ijzer en vuur”. De Christelijke keizers verboden de Joodse berekening van de kalender en stonden de aankondiging van de feestdagen niet toe. Graetz zegt: “De Joodse gemeenschappen bleven volslagen twijfelen over de belangrijkste religieuze beslissingen: met betrekking tot hun festivals. “Het onmiddelijke gevolg was de vaststelling en berekening van de Hebreeuwse kalender door Hillel II [23]

Changeling: Christians becoming Pagan

Wisseling: Christenen worden Heidens

De daad van Constantius had ook invloed op apostolische Christenen. Terwijl Tertullianus [24] onthult dat heidense Christenen hun aanbidding al in de tweede eeuw naar de “dag van de zon’ verplaatsten, hielden anderen zich meer dan 1000 jaar vast aan de ware Sabbat. Bijna 40 jaar na het Concilie van Nicea bracht het Concilie van Laodicea (ca. 363-364) een verklaring uit waarin werd geëist dat Christenen op de Sabbat werken en zich onthouden van werk op de dag des Heren. Dit decreet, luidt vertaald in het Nederlands:

Christenen zullen niet Joods zijn en op zaterdag niets doen, maar zullen op die dag werken; maar de dag des heren zullen zij in het bijzonder eren, en als Christenen zullen zij, indien mogelijk, op die dag geen werk verrichten. Als ze echter worden betrapt op Judaïsme, zullen ze van Christus worden uitgesloten.

Volgens de Rooms-Katholieke bisschop en geleerde, Karl Josef von Hefele (1809-1893), is het gebruik van het woord ‘zaterdag’ in bovengenoemd citaat onjuist. In het origineel, was het gebruikte woord Sabbat of Sabbato en niet dies Saturni of zaterdag.

Quod non oportet Christianos Judaizere et otiare in Sabbato, sed operari in eodem die. Preferentes autem in veneratione Dominicum diem si vacre voluerint, ut Christiani hoc faciat; quod si reperti fuerint Judaizere Anathema sint a Christo.

Christenen ten tijde van de kalenderaanpassing waren niet verward over het feit dat zaterdag de Sabbat was. Iedereen wist dat dies Saturni onlangs verplaatst was van de eerste dag van de heidense, planetaire week, naar de laatste dag . . . terwijl Sabbato de zevende dag was op de Joodse luni-solaire kalender waarmee niemand die macht had geassocieerd wilde worden. Nogmaals, dit waren twee verschillende dagen op twee afzonderlijke kalendersystemen.[25]

De politieke macht van Rome verleende steun aan de religieuze decreten van Constantijn en Constantius. Terwijl sommige geleerden ten onrechte aannamen dat het conflict ging over zaterdag versus zondag, onthult de historische realiteit dat mensen van die tijd zich terdege bewust waren van het bestaan van de Bijbelse luni-solaire kalender en hoe deze toe te passen. Veel gelovigen in het oosten of voorbij het bereik van het Romeinse Rijk peinsden er niet over om de Bijbelse tijdregistratie op te geven. “Die Christenen die op zoek waren naar een uitweg uit hun problemen met het houden van de Sabbat, kregen meer respect voor de eerste dag van de [Juliaanse] week. Maar anderen aan de rand van het rijk, waar antisemitisme niet bestond, zetten hun verering van de zevendedag Sabbat voort.”[26]

REACTIE


Hillel II

Net zoals Constantijn de kracht was achter een daad die uiteindelijk leidde tot de vernietiging van de Bijbelse kalender voor gebruik door Christenen, was een andere man, een Jood, verantwoordelijk voor een reactie die gevolgen had die net zo ver reikten.

“ Het uitroepen van de nieuwe maand door waarneming van de nieuwe maan, en het nieuwe jaar door de komst van de lente, kan alleen door het Sanhedrin. In de tijd van Hillel II, de laatste President van het Sanhedrin, verboden de Romeinen deze praktijk. Hillel II was daarom gedwongen zijn vaste kalender in te stellen, waarmee hij in feite de goedkeuring vanuit het Sanhedrin gaf voor de kalenders van alle toekomstige jaren.” “De Joodse Kalender en Feestdagen (incl. Sabbat):

De Joodse Kalender: Verandering van de Kalender.” http://www.torah.org.

Voorafgaand aan de verwoesting van Jeruzalem, had de Hoge Priester de leiding over de kalender. “Terwijl het Sanhedrin (Rabijnse Hooggerechtshof) in Jeruzalem voorzat, was er geen vaste kalender. Ze evalueerden elk jaar om te bepalen of het een schrikkeljaar moest worden verklaard.”[27] Deze taak viel toe aan de president van het Sanhedrin toen het priesterschap niet meer bestond.

“Onder de regering van Constantijn (337-362) bereikten de vervolgingen van de Joden zo’n hoogtepunt dat … de berekening van de kalender [werd] verboden en zwaar bestraft.”[28] Het was een reactie op deze situatie dat Hillel II, President van het Sanhedrin, de buitengewone stap zette in 356 G.T. om de oude Bijbelse kalender te wijzigen om de Joden gemakkelijker te laten samenleven met de Christenen.

Na Hillel II

Verre gemeenschappen hoefden niet langer te wachten op boodschappers van de president van het Sanhedrin om hen te laten weten wanneer een nieuwe maand was begonnen. Elke gemeenschap zou voortaan zelf kunnen bepalen wanneer een nieuwe maand begon en wanneer er een 13e maand bij kwam.

De “Vaste” Kalender

Toen Hillel II de kalender ‘vast’ zette, calculeerde hij schrikkel-jaren in op een permanente basis.[29] Het is mogelijk, maar niet te bewijzen, dat deze cyclus van schrikkeljaren in het bijzonder werd gebruikt en begrepen voorafgaand aan Hillel omdat het de 19-jarige metonische cyclus volgt. Hillel baseerde zijn kalender “op mathematische en astronomische berekeningen [en niet zozeer op observaties]. Deze kalender, nog steeds in gebruik, standaardiseerde de lengte van maanden en de toevoeging van maanden in de loop van een cyclus van 19 jaar, zodat de maankalender samenvalt met de zonnejaren.”[30] Hij verklaarde een dertiende maand in het 3e, 6e, 8e, 11e, 14e, 17e en in het 19e jaar van de 19-jarige cyclus.

Maar Hillel deed meer dan het bekend maken van een 19-jarige cyclus van intercalaties die naar alle waarschijnlijkheid altijd al werd gebruikt. Hij verplaatste ook de viering van de oude Sabbat van de 8e, 15e, 22e en 29e dag van de maanmaand naar elke zaterdag van de Juliaanse maanden. Deze verandering maakte nog een andere noodzakelijk: regels voor uitstel. Het veranderen van de wekelijkse Sabbat van de luni-solaire kalender naar de zaterdag wordt duidelijk geïmpliceerd door de behoefte aan uitstelregels die, voordat Hillel de kalender ‘vaststelde’, niet nodig waren. Volgens de Universal Jewish Encyclopedia, “is de Nieuwe maan nog steeds, en de Sabbat was oorspronkelijk, afhankelijk van de maancyclus.”[31] Toen zowel de Sabbat als de jaarlijkse feesten berekend werden aan de hand van de luni-solaire kalender, waren regels voor uitstel onnodig. Het is alleen wanneer de jaarlijkse feesten met de ene kalender berekend worden en de wekelijkse Sabbat met een andere, dat er conflicten ontstaan en er regels van uitstel nodig zijn.

Regels van Uitstel

  1. Het Joodse Nieuwjaar, Feest van de Trompetten, mogen niet vallen op zondag, woensdag of vrijdag.
  2. Als de Nieuwe Maan (molad) voor de zevende maand in een gewoon jaar valt op zondag, woensdag of vrijdag, wordt de Nieuwe Maan uitgesteld tot de volgende dag.
  3. Als de molad van de zevende maand in een gewoon jaar valt op dinsdag om 3:204/1080 A.M. of later, wordt de Nieuwe Maan uitgesteld tot donderdag.
  4. Als in een gewoon jaar na een schrikkeljaar de molad van de zevende maand na 9.00 uur en 589/1080 delen op een maandagochtend plaatsvindt, wordt Nieuwe Maan uitgesteld tot dinsdag.

Zonder de regels van uitstel komen de jaarlijkse feesten in conflict met zaterdag. Bij voorbeeld, als het Feest van Trompetten (Nieuwe Maan van de zevende maand) op een zondag zou vallen, zou de laatste dag van het Feest van Tabernakels op een zaterdag vallen, de laatste dag van het feest. Vandaar de noodzaak voor de eerste en tweede regel van uitstel. De derde regel van uitstel verzekert dat het betreffende gewone jaar niet langer zal zijn dan 355 dagen. De vierde regel van uitstel garandeert dat een gewoon jaar dat volgt op een schrikkeljaar niet korter is dan 383 dagen.[32]

Deze “vaste” kalender is zeer gereglementeerd.

Er zijn exact veertien verschillende patronen die het Hebreeuwse jaar kan volgen, te onderscheiden door de lengte van het jaar en de dag van de week waarop Rosj Hasjana valt. Omdat de regels complex zijn, kan een patroon zich diverse malen herhalen in de loop van enkele jaren, en dan weer lange tijd niet meer voorkomen. Maar de Joodse kalender staat erom bekend extreem accuraat te zijn. Het “verliest” of “wint” geen tijd zoals sommige andere kalenders doen.[33]

Dit was een daad van overleving van Hillel II. Gedaan in antwoord op de brute vervolgingen van Constantijns zoon, Constantius.

Eigenhandig vernietigde de Patriarch de laatste band die de gemeenschappen, die verspreid waren over het Romeinse en Perzische rijk, verenigde met het Patriarchaat. Hij was bezorgder om de zekerheid van het voortbestaan van het Judaïsme dan voor de waardigheid van zijn eigen huis en gaf daarom de functies op waar zijn voorouders . . . zo bezorgd om geweest waren. De leden van het Synhedrion waren voorstanders van deze innovatie.[34]

Toen Hillel II de kalender “vastzette”, gaf hij, in zijn positie als President van het Sanhedrin, effectief toestemming aan de Joden om voor altijd in de toekomst op zaterdag te aanbidden.

Resultaat

Vandaag, bijna 1700 jaar later, hebben de actie van Constantijn en de daaruit resulterende reactie van Hillel II nog steeds invloed op honderden miljoenen mensen over de hele wereld.

• Katholieken aanbidden op zondag ter ere van de opstanding. Dit is in overeenstemming met de daad van Constantijn die de viering veranderde van een luni-solair-berekend Pascha naar het heidense, zonne-berekende Pasen.
• Joden aanbidden op zaterdag omdat de Talmoedische wet het houden van één dag op zeven rechtvaardigt wanneer men niet weet wanneer de ware Sabbat valt.
• De meeste Protestanten sluiten zich bij de Katholieken aan bij de eredienst op zondag, de eerste dag van de moderne Gregoriaanse week, ervan uitgaande dat het de dag van de opstanding is.
• Zaterdag-Sabbat houdende Protestanten aanbidden op zaterdag omdat het de zevende dag van de moderne week is en zij nemen aan dat aangezien de Joden op zaterdag aanbidden, het de Bijbelse Sabbat moet zijn.
• Moslims eren eveneens de heidense/pauselijke Gregoriaanse methode van calendering door op vrijdag naar de moskee te gaan voor het gebed.

Het is niet mogelijk om de ware zevende dag Sabbat te vinden door gebruik van de moderne Gregoriaanse kalender. Deze solaire kalender is niets meer dan een heidense methode van tijdsberekening. De vroege Juliaanse kalender was ingesteld door heidenen en voor heidenen. Deze werd officieel aangenomen voor kerkelijk gebruik tijdens het Concilie van Nicea. Later werd deze aangepast door Jezuïete astronoom Christopher Clavius, in opdracht van paus Gregorius XIII – vandaar de naam, Gregoriaanse kalender. Clavius bevestigde dat de Juliaanse kalender (en daarmee ook de Gregoriaanse kalender die hieruit voortkwam) gefundeerd is op het heidendom en geen enkele verbinding heeft met de Bijbelse kalender.

In zijn verklaring over de Gregoriaanse kalender gaf Clavius toe, dat wanneer de Juliaanse kalender geaccepteerd werd als de kerkelijke kalender, de Bijbelse kalender verworpen werd: “De Katholieke Kerk heeft de [Joodse] rite van het vieren van het Pascha/Pesach nooit gebruikt, maar heeft altijd tijdens haar viering de beweging van de maan[35] en zon waargenomen, en het was dus geheiligd door de oudste en meest heilige Pausen van Rome, maar ook bevestigd door het eerste Concilie van Nicea.”[36] De “oudste en meest heilige pausen van Rome” waarover hier wordt gesproken, verwijzen naar het heidense College van Pausen waarvan Constantijn, als Pontifex Maximus, het hoofd was.

Constantijn verlangde eenheid. Hij bereikte dit doel door oecumisme en het uitbannen van het gebruik van de Bijbelse kalender voor het herdenken van de dood van Yahushua. Hillel II verlangde het fysieke overleven van het Jodendom. Hij bereikte dit doel met een compromis tussen het heidendom en het aanpassen van de Bijbelse kalender. Het resultaat van deze handeling en zijn begeleidende reactie was de veronderstelling van de menigten dat zaterdag de Bijbelse Sabbat is en zondag de dag waarop de Verlosser was opgewekt. Aldus hebben Christenen en Joden hun aanbiddingsdagen berekend aan de hand van de heidense zonnekalender, de ware Sabbat van Yahuwah negerend.

Niemand die verlangt de Schepper op Zijn Heilige Sabbat te aanbidden zal zijn aanbiddingsdagen berekenen met dit verwoesting brengend afgodsbeeld dat Yahuwah onteert en de ziel verwoest. Alleen de luni-solaire kalender van de Schepping kan aangeven wanneer de ware Sabbat zich voordoet. Veeg de tradities van de mens van tafel. Accepteer alleen het woord van Yahuwah en aanbid Hem via Zijn verordende methode van tijd bijhouden.


[1] Deze titel, nu door de paus opgeëist, komt uit het oude Rome. De Pontifex Maximus was de hoogste priester van het College van Pontifs/Pausen uit de heidense Romeinse religie. Het was zowel een religieuze als politieke functie.

[2] New Catholic Encyclopedia, Vol. 4, pp. 179-181. Diverse inscripties als opgenomen in Corpus Inseriptionum Latinarum, 1863 ed., Vol. 2, p. 58, #481; “Constantine I”, New Standard Encyclopedia, Vol. 5. Zie ook Christopher B. Coleman, Constantine the Great and Christianity/Constantijn de Grote en het Christendom, p. 46.

3] Zie Robert L. Odom, Sunday in Roman Paganism, “The Planetary Week in the First Century B.C.”

[4] P. Brind’Amour, Le Calendrier romain: Recherches chronologiques, 256–275.

[5] https://en.wikipedia.org/wiki/Roman_calendar#Nundinal_cycle

[6] Eviatar Zerubavel, The Seven-day Circle, p. 46, emphasis supplied.

[7] Franz Cumont, Textes et Monumnets Figures Relatifs aux Mysteres de Mithra, Vol. I, p. 112, emphasis supplied.

[8] E. Diehl, Inscriptiones Latinae Christianae Veteres, Vol. 2, p. 193, No. 3391. Zie ook J. B. de Rossi, Inscriptiones Christianac Urbis Romae, Vol. 1, part 1, p. 18, No. 11.

J. B. de Rossi,

[9] Philip Schaff, History of the Christian Church, Vol. III, p. 380, emphasis supplied.

[10] Tegen die tijd hadden de heidense Christenen in het westen de zondag al lang vereerd als de dag van Yahushua’s opstanding.

[11] J. Westbury-Jones, Roman and Christian Imperialism, p. 210, emphasis supplied.

[12] Michael I. Rostovtzeff, The Social and Economic History of the Roman Empire, p. 456.

[13] Odom, op. cit., p. 188, emphasis supplied.

[14] Eusebius, Church History, Book V, Chapter 23, v. 1, emphasis supplied.

[15] Ibid., v. 2.

[16] Ibid., Chapter 24, v. 1-4, 6, emphasis supplied.

[17] Ibid., v. 9.

[18] Michael I. Rostovtzeff, The Social and Economic History of the Roman Empire, p. 456.

[19] Heinrich Graetz, History of the Jews, (Philadelphia: The Jewish Publication Society of America, 1893), Vol. II, pp. 563-564, emphasis supplied.

[20] eLaine Vornholt & Laura Lee Vornholt-Jones, Calendar Fraud, “Biblical Calendar Outlawed,” emphasis supplied.

[21] Rostovtzeff, op. cit., p. 456.

[22] David Sidersky, Astronomical Origin of Jewish Chronology, p. 651, emphasis supplied.

[23] Grace Amadon, “Report of Committee on Historical Basis, Involvement, and Validity of the October 22, 1844, Position”, Part V, Sec. B, pp. 17-18, Box 7, Folder 1, Grace Amadon Collection, (Collection 154), Center for Adventist Research, Andrews University, Berrien Springs, Michigan.

[24] Tertullian,Apologia, chap. 16, in J. P. Migne, Patrologiæ Latinæ, Vol. 1, cols. 369-372; standard English translation in Ante-Nicene Fathers, Vol. 3, p. 31.

[25] Vornholt, op. cit., “Changing the Calendar: Papal Sign of Authority.”

[26] Leslie Hardinge, Ph.D., The Celtic Church in Britain, p. 76. Christenen in Schotland bleven Pascha berekenen aan de hand van de Bijbelse kalender tot zij een Rooms Katholieke koningin kregen in de elfde eeuw.

[27] http://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/526875/jewish/The-Jewish-Year.htm

[28] Overgenomen uit The Jewish Encyclopedia, “Calendar, History of,” http://jewishencyclopedia.com/articles/3920-calendar-history-of, emphasis supplied.

[29] Voor uitleg hoe de rabijnse kalender van Hillel II wordt berekend, http://www.jewfaq.org/calendr2.htm.

[30] Judaism 101, “Jewish Calendar,” www.jewfaq.org

[31] Universal Jewish Encyclopedia, “Holidays,” p. 410.

[32] http://www.ironsharpeningiron.com/postponements2.htm

[33] http://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/526875/jewish/The-Jewish-Year.htm

[34] Graetz, op. cit., Vol. II, p. 573.

[35] “Pasen is een verplaatsend feest, wat betekent dat het niet elk jaar op dezelfde datum valt. Hoe wordt de datum van Pasen berekend? Het Concilie van Nicea (325 na Chr.) plaatste de datum voor Pasen op de zondag na de volle maan van Pascha, die valt op of na de vernal (lente) equinox..” (http://catholicism.about.com/od/holydaysandholidays/f/Calculate_Date.htm)

[36] Christopher Clavius, Romani Calendarii A Gregorio XIII P.M. Restituti Explicato, p. 54.

Luitenant-Kolonel John Patterson had veel werk te doen. De race om de Uganda-Mombasa treinverbinding te voltooien was in volle gang. Johns taak was een brug te bouwen over de rivier Tsavo. Als een man die van de jacht op groot wild hield, verheugde hij zich erop mogelijk trofeeën in de wacht te slepen terwijl hij daar gestationeerd was. Toen hij die aangename maartse avond in 1898 zijn nieuwe huis bekeek, wist hij niet dat er vlakbij een sinistere aanwezigheid was, een kwaadaardige intelligentie, op de loer in de toenemende duisternis.

Een paar dagen na zijn aankomst verdwenen twee van zijn beste arbeiders. Ze waren slechts de eersten van velen. Drie weken later werd John opgeschrikt door het nieuws dat een van zijn Indiase officieren, Ungan Singh, was vermoord. ’s-Nachts werd een leeuw gezien die zijn kop door de ingang van Singhs tent stak. De leeuw greep Singh bij zijn nek, sleepte hem mee en at hem op. John ging snel op jacht naar het beest, want als een leeuw eenmaal de smaak van mensenbloed te pakken heeft, wordt hij onverzadigbaar. Echter, alles wat hij probeerde mislukte. Steeds meer mannen werden schreeuwend uit hun tenten gesleurd als leeuwenmaaltijd.

Tot grote schrik van iedereen werd al snel duidelijk dat niet één, maar twee leeuwen samenwerkten! Negen maandenlang waren deze leeuwen een constante bedreiging voor iedereen die aan de spoorlijn werkte. Naarmate de tijd verstreek, werden de leeuwen brutaler.1 De Indiase koelies begonnen te vrezen dat dit helemaal geen dieren waren, maar demonen. Inderdaad, hun griezelige vermogen om hinderlagen en vallen te vermijden, geluidloos door dikke barrières heen te dringen, levende dieren te negeren en vergiftigd aas te weigeren dat voor hen neergelegd was, steunde het idee.2

Aanvankelijk waren ze [de leeuwen] niet altijd succesvol in hun pogingen een slachtoffer mee te nemen, maar na verloop van tijd stopten ze voor niets en trotseerden ze elk gevaar om hun favoriete voedsel te bemachtigen. Hun methoden werden toen zo griezelig, hun volgen van mensen zo goed getimed en zo zeker van succes, dat de arbeiders stellig geloofden dat het helemaal geen echte dieren waren, maar duivels in leeuw-vorm… Ze leken ook bijna een buitengewoon en griezelig vermogen te hebben om van tevoren onze plannen te ontdekken, zodat ongeacht hoe waarschijnlijke of verleidelijke plek we ook maakten, ze altijd die bepaalde plek vermeden en hun slachtoffer voor de nacht uit een ander kamp meenamen. . . niets schrok hen af of maakte hen enigszins bang, en behalve als voedselbeschouwing toonden ze totale minachting voor de mens. Eenmaal een slachtoffer gemarkeerd, lieten ze zich door niets ervan weerhouden hem te pakken, of hij nu werd beschermd door een dik hek, een gesloten tent, of rond een fel brandend vuur zat. Ze bespotten alle schoten, geschreeuw en brand.3

De leeuwen werden zo brutaal dat ze niet langer hun slachtoffers meesleepten, maar hen opaten binnen gehoorsafstand van de overlevenden. Dit schrikbewind bereikte zijn hoogtepunt in december, toen het werk aan de spoorlijn drie weken lang stil lag.

alt
Een van de menseneters van Tsavo.

Een ervaren jager op groot wild die was ingehuurd om de leeuwen te doden, werd zelf gedood door dieren die alle angst voor mensen hadden verloren. Eindelijk, nadat hij bijna zijn eigen leven had verloren in het proces, doodde John Patterson de eerste menseneter. ‘De prijs was er inderdaad een om trots op te zijn; zijn lengte van het puntje van de neus tot het puntje van de staart was 294,5 centimeter, hij was 114 centimeter hoog en er waren acht man voor nodig om hem terug naar het kamp te dragen.’4 Enkele weken later werd de tweede leeuw gedood. “Hij mat 289,5 cm van het puntje van de neus tot het puntje van de staart, en stond 120 cm hoog.’5 Zo eindigde een nachtmerrie van geweld die het leven kostte aan niet minder dan 35 mensen.6

Er is iets onlosmakelijk beangstigends aan een sinistere aanwezigheid, sterk, intelligent en slecht, die op de loer ligt, net aan de randen van je zichtvermogen. Je kunt er niet goed naar kijken, maar je weet dat het er is: een vluchtige glimp, slechts een indruk, het gevoel dat je in gevaar bent. Dat was de ervaring van de spoorwegbouwers die de Tsavo-menseneters ontmoetten. Men kan zich de intensiteit van emotie en stress alleen maar verbeelden, wetende dat dergelijk kwaad in de buurt rondsnuffelde, intelligent, geduldig wachtend op een gelegenheid om opnieuw te doden.

Maar laten we ter illustratie een draai aan de feiten geven. Stel dat luit.-kolonel Patterson, in een wanhopige poging om de menseneters te vinden en zijn mannen te beschermen, contact opnam met een plaatselijke inwoner die bekend staat om zijn getrainde leeuwen: leeuwen die waren getraind om andere leeuwen op te sporen en te doden. Stel dat Patterson deze inwoner inhuurt om zijn tamme, goedgetrainde leeuwen naar het kamp te brengen. Na een eerste verrassing en onbehagen beginnen de arbeiders te ontspannen als ze zien hoe zachtaardig en vriendelijk de leeuwen zijn. De arbeiders sluiten vriendschap met hun leeuwenvoogden: ze aaien hen, ze schuiven eten naar hen toe tijdens de maaltijd en accepteren hen als een belangrijk onderdeel van het kampleven. De tamme leeuwen hebben niet het gehoopte succes bij het opsporen van de wilde menseneters, maar ze lijken de wilde leeuwen weg te jagen.

Echter, na een paar weken van vrede, slaan de menseneters opnieuw toe, en opnieuw en weer opnieuw; altijd met een griezelig besef van waar de vallen zijn geplaatst. Het gruwelijke besef dringt eindelijk door dat het hun dierenvrienden zijn; de “goedgetrainde, zachtaardige” leeuwen die feitelijk verantwoordelijk zijn voor de gruwelijke dood van de arbeiders. Door zich op het gevaar te concentreren, hadden ze de dodelijke dreiging rechtstreeks het kamp binnen gebracht.

Op welk moment liepen de spoorwegmannen meer gevaar? Toen ze in grote spanning leefden, in tenten gehurkt, huiverend achter barricades, wetend dat er kwaadaardige menseneters het kamp binnenslopen? Of toen ze de menseneters in het kamp verwelkomden, hen als veilig accepteerden, aaiden en voedden, terwijl ze de hele tijd niet wisten dat het de menseneters zelf waren om wie ze de wacht versoepelden? Dit is niet louter ijdele speculatie. Dit is al eerder gebeurd op zo’n enorme schaal, dat niemand ooit ver genoeg gezien heeft of grondig genoeg bestudeerd om het te herkennen.

De Babylonische leeuwen die openlijk het kamp van het Christendom binnenkwamen, waren de leeuwen van zondagsaanbidding. Zaterdag Sabbatariërs, door hun geweten overtuigd om op de zevende dag van de week te aanbidden, zijn naar buiten toe gericht geweest; en er is gevaar in te geloven dat iemand, de paus of een ander, de macht heeft de eeuwige wet van de enige ware Eloah te veranderen. Het is goed dat het gevaar van deze leugen blootgesteld wordt. Echter is er een nog veel groter gevaar. Het is nog duisterder, nog effectiever, omdat het niet herkend wordt als een gevaar. Het ligt verborgen in het openbaar. De “tamme leeuwen” die geaccepteerd geraakt zijn als veilig zijn zaterdag, het ware hart van de Babylonische mysteriën.

Net als de arbeiders aan de Uganda-Mombasa spoorweg in het aangepaste verhaal, die zich concentreerden op de leeuwen buiten, terwijl ze het gevaar negeerden van de “tamme” leeuwen in hun midden, de zaterdaggod, die verborgen is geweest. Toen Nimrod/Saturnus gedood werd voor afgoderij, schokte het iedereen diep die hem vereerd had om zijn wonderbaarlijke kracht. Dat een kolos als hij gedood kon worden, en op zo’n gruwelijke wijze, dreef afgoderij tot onderduiken.7

Shem had zo krachtig in de geest van de mensen gewrocht om hen ertoe te brengen een vreselijk voorbeeld te maken van de grote Afvallige. En toen diens uiteengereten ledematen naar de belangrijkste steden werden gestuurd, waar ongetwijfeld ook zijn systeem gevestigd was, zal het duidelijk zijn dat, onder deze omstandigheden en de afgoderij zou voortduren – en al helemaal als het stappen vooruit zou zetten, het noodzakelijkerwijs in het geheim gedaan zou worden. De gruwel van executie, volbracht op iemand zo machtig als Nimrod, maakte het noodzakelijk om, in elk geval tijdelijk, extreem voorzichtig te zijn. Onder deze omstandigheden begon toen . . . het systeem van “Mysterie”, dat zich, met Babylon als middelpunt, over de wereld verspreidde. In deze Mysteriën, onder het zegel van geheimhouding en de bekrachtiging van een eed, en door middel van alle vruchtbare bronnen van magie, werd men geleidelijk aan teruggeleid naar alle afgoderij die publiek onderdrukt was geweest, terwijl er nieuwe kenmerken toegevoegd werden aan die afgoderij, die daardoor nog godslasterlijker werd dan voorheen.8

De weinige rechtvaardigen waren niet in staat om de stroom van afvalligheid en rebellie volledig te stoppen. De executie van Nimrod stuurde het heidendom alleen maar ondergronds, totdat het bij de eerste gelegenheid losbarstte als een machtige stroom, met steeds groter wordende macht en invloed, en elke cultuur besmette die het overstroomde.

Het vroege Christendom verloor zijn eigenaardige primitieve vroomheid toen het heidendom het Christendom infecteerde en geaccepteerd werd. Dit nieuwe, versmolten Babylonische Christendom, met Saturnus diep verborgen in het hart, begon in de vierde eeuw de overhand te krijgen op de meer traditionele vormen van heidendom, net toen de hoofdstad van het Romeinse Rijk van Rome naar Constantinopel werd verplaatst.

Al heel vroeg toonden de bisschoppen van Rome een trotse en ambitieuze geest; maar gedurende de eerste drie eeuwen was hun aanspraak op superieure eer eenvoudigweg gebaseerd op de waardigheid van hun zetel, als die van de keizerlijke stad, de hoofdstad van de Romeinse wereld. Toen echter de zetel van het rijk naar het oosten werd verplaatst en Constantinopel Rome dreigde te overschaduwen, moest er een nieuwe reden worden gezocht om de waardigheid van de bisschop van Rome te behouden. Die nieuwe grond werd gevonden toen, omstreeks 378, de paus erfgenaam werd van de sleutels die de symbolen waren van twee bekende heidense godheden in Rome. Janus droeg een sleutel9, en Cybele droeg een sleutel10, en dit zijn de twee sleutels die de paus in zijn wapen emblazeert als teken van zijn spirituele autoriteit.11

Dat was een briljante zet. Door zichzelf te presenteren bij de heidenen als de vertegenwoordiger van Janus en Cybele, en daarmee de rechtmatige erfgenaam van hun “sleutels”, verzekerde de paus zichzelf van een machtspositie onder hen. De volgende stap was louter om de Christenen ervan te overtuigen dat hij de rechtmatige opvolger was van Petrus de apostel en de rechtmatige bezitter van zijn “sleutels”.

Dus hoewel de tijdelijke waardigheid van Rome als stad zou vervallen, zou zijn eigen waardigheid als bisschop van Rome steviger dan ooit worden gevestigd. Op dit beleid is het duidelijk dat hij handelde. Er mocht enige tijd voorbijgaan, en toen de geheime werking van het mysterie van ongerechtigheid de weg daarvoor had bereid, deed de paus voor het eerst publiekelijk zijn superioriteit gelden, zoals gebaseerd op de sleutels die aan Petrus waren gegeven. Rond 378 werd hij verheven tot de positie die hem, naar heidense inschatting, de macht van de genoemde sleutels gaf. In 431, en niet daarvoor, maakte hij publiekelijk aanspraak op het bezit van de sleutels van Petrus.12 vatican coat of arms

Door misbruik te maken van de lichtgelovigheid van de Christenen, verzekerde de paus zich van de meest vooraanstaande machtspositie als hoofd van zowel de Christelijke Kerk als de heidense religie.

Het is niet moeilijk in te zien, hoe de heidenen zich des te gemakkelijker om de paus zouden scharen toen ze hoorden dat hij zijn macht vond in het bezit van de sleutels van Petrus. De sleutels die de paus droeg, waren ook de sleutels van een “Petrus” die welbekend was bij de heidenen, die waren ingewijd in de Chaldeeuwse mysteriën.

. . . Er was ook een “Petrus” in Rome die de hoogste plaats in het heidense priesterschap bekleedde. De priester die de mysteriën aan de ingewijden uitlegde, werd soms met een Griekse term de hiërofant genoemd; maar in het primitieve Chaldeeuws, de werkelijke taal van de mysteriën, was zijn titel, zoals uitgesproken zonder de punten, “Petrus” – d.w.z. “de vertolker”.13, 14

Het wapenschild van Vaticaanstad met de sleutels van Janus en Cybele, nu opgeëist door de paus. Dit embleem komt ook voor op een wit met gouden achtergrond op de vlag van het Vaticaan.

De hogepriester van de heidense mysteriën, de Grote Vertolker die de verborgen geheimen onderwees aan de hoogstgeplaatsten onder de ingewijden was natuurlijk gedecoreerd met de sleutels van Janus en Cybele, want hij was degene door wie deze mysteriën werden onthuld..

Zo kunnen we zien hoe de sleutels van Janus en Cybele bekend zouden worden als de sleutels van Petrus, de “vertolker” van de mysteriën. Ja, we hebben het sterkste bewijs dat, in landen die ver van elkaar en ver van Rome verwijderd waren, deze sleutels bij ingewijde heidenen niet alleen bekend waren als de “sleutels van Petrus”, maar als de sleutels van een Petrus die met Rome werd geïdentificeerd. . . . Het bestaan van een dergelijke titel was te waardevol om aan het Pausdom voorbij te laten gaan. En, in overeenstemming met zijn gebruikelijke beleid, was zeker dat als het de kans kreeg, het te verdraaien ten gunste van eigen verhoging. En die kans kreeg het. Toen de Paus in nauwe verbinding kwam met het Heidense priesterschap, zoals hij deed; en toen dit – eindelijk – onder zijn heerschappij kwam, wat is er dan natuurlijker dan niet alleen het nastreven van verzoening tussen het Heidendom en Christendom, maar het te doen lijken alsof de Heidense “Roma-Petrus”, met zijn sleutels, “Petrus van Rome” betekent, en dat die “Petrus van Rome” de apostel is aan wie . . . [Meester Yahushua de Gezalfde] de “sleutels van het Hemels koninkrijk” gegeven heeft? Vandaar dat door het louter klinken van woorden, mensen en dingen die essentieel van elkaar verschilden, met elkaar verward werden. En Heidendom en Christendom door elkaar gehaald werden, opdat de torenhoge ambitie van een slechte priester bevredigd zou worden. En dus was voor de verblinde Christenen van de afvalligheid, [sic] de Paus de vertegenwoordiger van Petrus de apostel, terwijl hij voor de ingewijde heidenen alleen de vertegenwoordiger was van Petrus, de vertolker van hun bekende mysteriën.15

De titel die de paus draagt is erg beschrijvend. Het woord “katholiek” betekent “universeel”. Als het hoofd van de Katholieke Kerk is hij ook het hoofd van de Rooms Katholieke Kerk. Het geheim dat zorgvuldig wordt bewaard binnen de kern van een onderling verbonden doolhof van riten, symbolen, ceremonies en rituelen, is de identiteit van de verborgen god. Door zijn machtsovername door het erven van de sleutels van Janus en Cybele, is de paus het enige legitieme hoofd van de Babylonische mysteriën. De naam van dit versmolten religiesysteem zoals dat in de Bijbel wordt gegeven, is “Mysterie Babylon”.16

We moeten nu alleen nog onderzoeken wat de naam was waarmee Nimrod bekend was als de god van de Chaldeeuwse Mysteriën. Die naam . . . was Saturnus. Saturnus en Mysterie zijn beide Chaldeeuwse woorden, en het zijn met elkaar verbonden termen. Zoals Mysterie het Verborgen systeem kenmerkt, kenmerkt Saturnus de Verborgen god.17 Aan degenen die waren ingewijd werd de god onthuld; voor alle anderen bleef hij verborgen.

De naam Saturnus wordt in het Chaldeeuws uitgesproken als Satur; maar, zoals elke Chaldeeuwse geleerde weet, bestaat de naam slechts uit vier letters, te weten – Stur.

Zijn naam bevat exact het Apocalyptische getal 666:

S = 60
T = 400
U = 6
R = 200
666

Als de Paus, zoals we gezien hebben, de legitieme vertegenwoordiger van Saturnus is, is het getal van de Paus, als hoofd van het Mysterie van Ongerechtigheid, precies 666. Maar verder dan dat blijkt nog, . . . dat de oorspronkelijke naam van Rome zelf Saturnia was, “de stad van Saturnus”. Dit wordt eveneens verklaard door Ovid18, door Pliny19 en door Aurelieus Victor20. Aldus is de Paus dan . . . de enige rechtmatige vertegenwoordiger van de oorspronkelijke Saturnus die op dit moment bestaat, en hij regeert in dezelfde stad van de zeven heuvels waar de Romeinse Saturnus vroeger regeerde; en, vanuit zijn woonplaats waarin heel Italië “nog lang daarna bij zijn naam” werd genoemd, algemeend bekend was als “het Saturnische land”.21

pope benedict coat of arms
Het wapen van
Paus Benedictus XVI

Het diepbegraven geheim van de Babylonische mysteriën is dat alle aanbidding op een valse kalender in werkelijkheid gaat naar de verborgen god, Saturnus, ofwel de aartsrebel, Nimrod. Terwijl de externe parade van riten en ceremoniën hoofdzakelijk uitgevoerd wordt op zondag, blijft de verborgen god aan de basis van dit alles Saturnus.

Het wapenschild van de vorige paus, Benedictus XVI, symboliseert dit duidelijk. Elke paus sinds de 12e eeuw had zijn eigen persoonlijke wapenschild. Elk wapen had de “sleutels van Petrus” op dezelfde wijze in het ontwerp verwerkt.

De website van het Vaticaan geeft uitleg van de symbolen die op zijn persoonlijke wapen zijn aangebracht als “het hoofd van een Moor in natuurlijke kleur. . . Dit is een oud embleem van het bisdom Freising [Beieren], . . . het hoofd van de Moor is niet zeldzaam in de Europese heraldiek. . . . Het is gebruikelijk in de Beierse traditie22. De schelp onderaan wordt uitgelegd: “De Sint-Jacobsschelp . . . wordt al eeuwenlang gebruikt om pelgrims te onderscheiden. Benedictus XVI wilde dit symbool levend houden . . . .” Het dier word beschreven: “Een bruine beer, in natuurlijke kleur, is afgebeeld . . . Een gemakkelijke interpretatie: de beer die door Gods genade wordt getemd is de bisschop van Freising zelf; het roedelzadel is de last van zijn bisschoppelijk centrum.”23

Dit mag dan een passende simpele, politiek correcte uitleg voor de massa zijn, maar het is niet de diepergaande, verborgen betekenis. Het wapenschild van de paus werd specifiek voor hem gemaakt door Aartsbisschop Andrea Cordero Lanza di Montezemolo (werd later een kardinaal). Iedereen die zo goed genoeg bekend is met heraldiek om het persoonlijke wapenschild van de nieuwe paus te ontwerpen, is ook goed bekend met de traditionele heraldische betekenis ervan. Een beer symboliseert “kracht, sluwheid, wreedheid in de bescherming van iemands verwanten”.24

st. james the moor-slayer
Sint Jacobus de Moren-Doder. Dit beroemde beeld staat tentoongesteld in de Kathedraal van Santiago de Compostela. Terwijl een Moslim doodgetrapt wordt onder de hoeven van zijn paard, flankeren twee stervende Moren hem aan beide kanten. Recht voor hem is een Moors hoofd, van zijn lichaam gescheiden, blind opkijkend naar zijn moordenaar.

Het hoofd van een Moor “dateert uit de Middeleeuwen, toen het een eer beschouwd werd om het hoofd van een Moor te nemen”.25 Dergelijke symboliek is niet alleen een raciale belediging, maar ook een belediging voor elke Moslim, aangezien de Moren zonder uitzondering allen Moslim waren. Tijdens de Kruistochten werden zowel Moslims, Joden als apostolische Christenen genadeloos afgeslacht. Het was tijdens de Kruistochten dat het als een eer werd beschouwd om een Moor te onthoofden vanwege zijn religie.

Deze betekenis wordt onderstreept door de St. Jacobsschelp. Het mag dan waar zijn dat “de St. Jacobsschelp eeuwenlang werd gebruikt om pelgrims te onderscheiden”, het symboliseert specifiek St. Jakobus (St. James in het Engels), de beschermheilige van Spanje. Zijn graf ligt in Santiago de Compostela, een van de slechts drie katholieke “heilige steden”.26 Omdat Santiago de Compostela dichtbij de kust van Spanje ligt, werd de St. Jacobsschelp symbool van de heilige diens graf daar lag. St. Jacob is beter bekend als Santiago Mantamoros: St. Jacob de Morendoder! Volgens de overlevering “verscheen de heilige Jakobus de apostel als een woeste strijder te paard die het zwaard hanteerde om Christelijke legers te helpen in gevechten tegen de Moren tijdens de Reconquista. Op grond van zijn heiligheid eindigden veldslagen waaraan de heilige Jakobus de Moor-moordenaar deelnam altijd in Christelijke overwinningen tegen hun Moslim vijanden.”27

Deze afzichtelijke symbolen werden zorgvuldig geselecteerd. Ze werden gebruikt in een ander arrangement door Kardinaal Ratzinger voordat hij Paus Benedictus werd. In 1981 werd Ratzinger tot Volmaakt van de Congregatie voor de Geloofsleer benoemd, voorheen bekend als het Heilig Officie van de Inquisitie. Dit maakte hem de opvolger van de Grand Inquisitor. Zelfs voordat hij tot paus gekozen werd, was Benedictus een vooraanstaand en goed geïnformeerd theoloog. Zijn beslissing om een beer, een St. Jacobsschelp en een Moorshoofd op te nemen, was een doelbewuste keuze, zoals het Vaticaan beaamt: “”Kardinaal Joseph Ratzinger, die tot paus werd gekozen en de naam Benedictus XVI aannam, heeft een wapen gekozen dat rijk is aan symboliek en betekenis dat zijn persoonlijkheid en Pontificaat aan de geschiedenis toevoegt”.28

Babylonische Mysteries: De Verborgen God imageIn september 2006 maakte Benedictus Moslims over de hele wereld boos toen hij citeerde uit een obscure middeleeuwse tekst en zei: “Laat me zien wat Mohammed precies bracht dat nieuw was, en daar zul je alleen maar dingen vinden die kwaadaardig en onmenselijk zijn, zoals zijn bevel om het geloof dat hij predikte met het zwaard te verspreiden.” Moslims waren boos en eisten excuses.

“Salih Kapusuz, het plaatsvervangend hoofd van de Turkse regerende AKP-partij, zei dat de opmerkingen van Paus Benedictus ofwel het resultaat waren van zielige onwetendheid, of een opzettelijke verdraaïng.” Hij heeft een duistere mentaliteit die voortkomt uit de duisternis van de middeleeuwen”, zei hij. “Hij gaat de geschiedenis in, in dezelfde categorie als van leiders als Hitler en Mussolini.”29 De Paus heeft nooit zijn verontschuldigingen aangeboden, maar koos ervoor om simpelweg het verdriet te uiten dat sommige mensen van streek waren.

Het feit dat de paus opzettelijk koos om dergelijke opruiende symbolen op te nemen in “een wapenschild dat rijk is aan symboliek en betekenis” om de specifieke reden dat “zijn persoonlijkheid en Pontificaat” aan de geschiedenis worden doorgegeven, roept de vraag op: wat is Benedictus precies van plan geweest voor zijn Potificaat?

Afgezien van de gruwelijke, barbaarse bijbetekenissen die gepaard gaan met het gebruik van een Moors hoofd op iemands persoonlijke wapen, is er nog een dieper niveau van symboliek dat moet worden begrepen. Een hoofd met de kleur en kenmerken van een man uit het negroïde ras is onthullend in vergelijking met hoe Nimrod werd voorgesteld.

We hebben al het feit opgemerkt dat Nimrod, als de zoon van Kus, een zwarte man was. Nu was er een traditie in Egypte, opgetekend door Plutarchus, dat “Osiris zwart was”, wat in een land waar de algemene huidskleur donker was, iets meer moet hebben betekend dan gewoon zijn donkerheid. Plutarchus stelt ook dat Horus, de zoon van Osiris, “een lichte huidskleur had” en dat Osiris voornamelijk op deze manier werd weergegeven. Maar we hebben ondubbelzinnig bewijs dat Osiris, de zoon en echtenoot van de grote godin-koningin van Egypte, ook als een echt zwarte man werd voorgesteld. In Wilkinson kan men een voorstelling van hem vinden met de onmiskenbare kenmerken van de echte Cushite ofwel zwartgekleurde man.30

Deze illustratie uit De Wijzen en Gebruiken van de Oude Egyptenaren31 koppelt Osiris direct aan Nimrod. De naam “Nimrod” komt van Nimr, een “luipaard/panter”, en rada of rad “te onderwerpen”. Daarom betekent de naam “de onderwerper van de luipaard/panter”. Babylonische Mysteries: De Verborgen God imageDe huid van een luipaard werd dus nauw geïdentificeerd met Nimrod en de hogepriesters van Osiris droegen luipaardhuiden wanneer ze bij een hoge gelegenheid werden opgeroepen om te prediken. “Die kleding verbindt hem [Osiris] direct met Nimrod. Deze zwart uitziende Osiris is van top tot teen gekleed in een gevlekt gewaad, waarvan het bovenste deel een luipaardhuid is, en het onderste deel ook bijpassend gevlekt is.32

Een ander beeld van Osiris33 toont hem met een donkerdere huid dan de toch al donkere Egyptenaren en, portretteert hem bovendien als een reus. Merk de priester op die voor Osiris staat. Dit is geen kind; hij heeft een baard. De priester draagt een luipaardhuid, tonend dat hij een priester is van Osiris. De kunstenaar had geen “artistieke vrijheid” hierin, de figuren buitenproportioneel portretterend. Dit beeld komt eerder overeen met de verschillende verslagen die beweren dat Nimrod een gigantische gestalte had.

Ook elders werd Nimrod voorgesteld als zwart. “In Indië wordt het kind Crishna (nadrukkelijk de zwarte god), in de armen van de godin Devaki, voorgesteld met het wollige haar en de opvallende kenmerken van het zwarte of Afrikaanse ras.”34 Modernere voorstellingen laten ook zien dat Crishna/Krishna een andere huidskleur heeft dan zijn moeder.

hindu nimrod krishna
Deze gravure uit het Hindoestaanse Pantheon toont de Hindoestaanse Nimrod, Krishna, met Afrikaans haar en dito gelaatskenmerken (Edward Moor, London: T. Bensley, 1810). Moderne kunst portretteert Krishna nog steeds met een donkere huid.

Het gewicht van bewijs geeft aan dat Nimrod inderdaad de fysieke kenmerken van het Negroïde ras had. Omdat Nimrod/Saturnus de god van zaterdag was, en Nimrod weergegeven werd met een Afrikaans uiterlijk, is een Moors hoofd een toepasselijk symbool voor de verborgen god Saturnus en zijn aanbiddingsdag. “Saturnus, de verborgen god – de god van de Mysteriën, welke de Paus vertegenwoordigt, wiens geheimen alleen onthuld werden aan de ingewijden35 wordt gesymboliseerd in het wapen van Paus Benedictus als een Moorshoofd. Prominent getoond als een symbool dat alleen begrepen wordt door ingewijden in de positie van de Paus als Groot Vertolker van de Mysteriën.

In profetie symboliseert een beer Midden-Perzië36. De verhoging van zondag als heilige dag komt uit de Perzische mysterieuze religies, in bijzonder het Mithraïsme. Een beer is daarmee een passend symbool voor zondagsverhoging. “Het functionele doel van wapen(schilden) is identificatie.37” Dus, omdat de beide emblemen die het wapen opsieren van Paus Benedictus diep begraven symbolen zijn van zowel zondag als zaterdag, is hun doel om hun eigenaar te identificeren, aan ingewijden, als de opperste autoriteit over beide dagen van aanbidding. Op de niet-ingewijden wordt dit in praktijk overgedragen door het principe dat men de zondagsmis op zaterdag na 16:00 uur mag bijwonen en mag laten gelden als weekendmis.38

Maar er blijft nog steeds een laatste mysterie te doorgronden: de identiteit van de ultiem verborgen god. Wie vertegenwoordigde Nimrod? De apostel Paulus beantwoordde deze vraag: “Maar ik zeg u, dat de dingen die de Heidenen offeren, zij aan demonen offeren, en niet aan Yahuwah: en ik wil niet hebben dat u gemeenschap heeft met demonen.”39 De macht die Nimrod inspireerde en al zijn aanbidders, is van niemand anders dan van Satan, de vijand.

Nu, bij navraag, zal het werkelijk ontdekt worden dat, hoewel Saturnus de naam was van het zichtbare hoofd, Teitan de naam was van de onzichtbare kop van het Beest [uit Openbaring13]. Teitan is alleen maar de Chaldeeuwse vorm van Sheitan, de naam waaronder Satan bekend was sinds onheuglijke tijden bij de duivelaanbidders van Koerdistan; en vanuit Armenië of Koerdistan,40 kwam deze duivelaanbidding, belichaamd in de Chaldeeuwse Mysteriën, westwaarts naar Klein-Azië, en vandaar verder naar Etrurië en Rome. Het valt niet te ontkennen. . . dat Teitan, in Heidens geloof, dezelfde was als de Draak, ofwel Satan.41

Het kan voor moderne lezers lastig zijn om het verband te zien tussen “Satan” en “Teitan”. De link in etymologie is er echter. Het Oude Chaldeeuws veranderde Sh of S in T. Kijk eens naar de volgende voorbeelden:

Hebreews Chaldeeuws

Shekel (wegen) Tekel
Shabar
(breken) Tabar
Seraphim Teraphim
Asar
(rijk zijn) Atar

Verwijder alle misleidingen, de symbolen, de heidense riten en Christelijke namen; wat in de kern overblijft, is de identiteit van de god die verborgen is achter alle oude en morderne valse religie: Satan. Dit is niet een aanklacht tegen Rooms-Katholieken. Dit is eerder een erkenning dat het “mysterie van ongerechtigheid”42 waarvan de apostel Paulus sprak in de eerste eeuw, de hele wereld heeft doordrongen, ook Joden en Protestanten. De voorbije eeuwen hebben de waarheid over de Babylonische mysteriën zo diep begraven dat alleen moderne ingewijden de waarheid hebben gekend: iedereen die aanbidt op de dag van Saturnus aanbidt onwetend Saturnus/Sheitan/Satan. In de Schrift staat Babylon symbool voor verwarring en valse religie. Echter, zijn de meeste geleerden het erover eens dat de naam in werkelijkheid “Poort van de goden” betekende.

De dag waarop iemand aanbidt stuurt die aanbidding naar de Godheid/godheid van die dag. Aanbidding aan de hand van een valse kalender wordt zo een portaal naar valse goden (demonen). Dit was een principe dat door Christus zelf erkend werd toen Hij zei, “Want de Mensenzoon is Meester, zelfs over de Sabbat-dag”43. De heer van zondag is Solis Invicti (de onoverwinnelijke zon). De heer van zaterdag is Saturnus/Sheitan/Satan. De Meester van de Sabbat-dag is de Schepper. Om aanbidding tot de juiste godheid te richten, moet men aanbidden op de aangewezen dag van die Godheid/godheid, berekend aan de hand van Zijn/zijn kalender. Met het werk neergelegd en het houden van een heilige dag van rust, is een handeling die trouw bevestigt aan de godheid die deze dag opeist.

Laat u niet verleiden aan te nemen dat aanbidding op zondag de minst slechte van twee kwaden is.

Aanbidding op zaterdag stuurt iemands aanbidding naar de verborgen god Saturnus/Sheitan/Satan. Echter, beide aanbiddingsdagen zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Aanbidding op zondag, de “eerste” dag van de week, houdt de leugen in stand dat zaterdag, de “zevende” dag van de week, de juiste Sabbat moet zijn. Allen die aanbidden aan de hand van de heidense/pauslijke kalender, gecreëerd uitgevoerd en in stand gehouden door diezelfde Babylonische mysteriën, die in de 4e eeuw n.Chr. een Christelijke vermomming aannamen, nemen deel aan de aanbidding van Nimrod. Door dat te doen, eren ze de kracht die hem inspireerde: Satan.

Zondagsvierende Protestanten en zaterdag-Sabbatariërs hebben zich onterecht moreel superieur gevoeld ten opzichte van Rooms-Katholieken. Sir George Sinclair van Ulbster verklaarde: “Romanisme is een verfijnd systeem van gekerstend heidendom, en verschilt voornamelijk van het prototype doordat het verraderlijker, wreder, gevaarlijker en intoleranter is” 44. Deze krachtige aanklacht omvat het hele Christendom, en inderdaad, de hele wereld die verenigd is in het gebruik van de valse kalender van de Babylonische/Romeinse mysteriën.

De strijd om aanbidding, die begon toen Lucifer voor het eerst ernaar streefde de eer die de enige ware Eloah toekomt op te eisen, zal woeden met toenemende intensiteit naar het einde van de tijd toe. Dit is het onderwerp van de laatste strijd in de grote controverse tussen de Schepper en Lucifer.

Feit is dat de mysteriën van Babylon nu blootgelegd zijn. De verborgen god Saturnus is nu ontmaskerd als de duivelsaanbidding die het is. Dit onthult zoals niets anders kan, dat de tijd waarvan gesproken wordt in Openbaring als te gebeuren vlak voordat Christus terugkomt, al voor onze deur staat.

In de Apocalyptische visioenen, is het net voor het oordeel over haar dat, voor het eerst, Johannes de Afvallige Kerk ziet met de naam Het Grote Babylon “geschreven op haar voorhoofd” (Openbaring 17:5). Wat betekent dat opschrift van die naam “op het voorhoofd”? Geeft dat niet op natuurlijke wijze aan dat, net voor het oordeel haar overneemt, haar ware karakter zo grondig ontwikkeld zou worden, dat iederen die ogen heeft om te zien, die het minste geestelijk onderscheidingsvermogen heeft, als het ware gedwongen zou worden, . . . om de prachtige geschiktheid voor de titel te erkennen die de Geest van . . . [Yahuwah] op haar had aangebracht. Haar oordeel versnelt nu duidelijk; en op het moment dat het nadert, zorgt de Voorzienigheid van . . . [Yahuwah], samenzwerend met het Woord van . . . [Yahuwah], voor licht dat vanuit alle hoeken binnenkomt, wat het steeds duidelijker maakt dat Rome inderdaad het Babylon van de Apocalypse is; dat het essentiële karakter van haar systeem, de grootse voorwerpen van haar aanbidding, haar feesten, haar leer en discipline, haar rituelen en ceremoniën, haar priesterschap en hun bevelen, alle ontleend zijn aan het oude Babylon.45

Het conflict is veel groter dan Katholieken versus Protestanten, of zondagsvierders versus zaterdag-Sabbatariërs. De Hemel onthult nu aan menselijke geesten, die lang verduisterd zijn geweest door veronderstellingen en traditie, de dwalingen van heidense mysterie-aanbiddingen in tegenstelling tot de waarheden van de aanbidding van de Schepper. Om een heidense god te aanbidden, moet de dag van de aanbidding eenvoudig worden berekend aan de hand van een heidense kalender. Om loyaliteit aan de Schepper te tonen, moet Zijn luni-solaire kalender worden gebruikt om Zijn heilige Sabbat dag te bepalen. Dit is de kwestie, de beslissing waar iedereen in de wereld voor staat: wie wilt u dienen?


1 U.S. President and well-known outdoorsman, Theodore Roosevelt, in commenting on the story, stated: “I think that the incident of the Uganda man-eating lions . . . is the most remarkable account of which we have any record.” (Personal letter to F. C. Selous in Forward, The Man-Eaters of Tsavo, by John H. Patterson.)

2 Scripture itself refers to demon possessed animals. See Matthew 8:31-32.

3 Patterson, The Man-Eaters of Tsavo, “The First Appearance of the Man-Eaters,” Chapter 2.

4 Patterson, op. cit., “The Death of the First Man-Eater,” Chapter 8.

5 Patterson, op. cit., The Death of the Second Man-Eater,” Chapter 9.

6 A 1996 movie of the story, The Ghost and the Darkness, claimed 135 lives were lost. This number was based on a statement made by Patterson in 1925. Patterson’s book, published in 1907, stated that 28 Indian coolies died “in addition to scores of unfortunate African natives of whom no official record was kept.” Results of a recent forensics study, published in Proceedings of the National Academy of Sciences, put the number at 35 people eaten with as many as 75 people killed but not eaten. See also The Lion’s of Tsavo: Exploring the Legacy of Africa’s Notorious Man-Eaters, (New York: McGraw-Hill, 2004), by Dr. Bruce Patterson.

7 Homer, describes Nimrod “as a great hunter; and of an enormous stature . . . the Poet stiles him Pelorian; which betokens something vast, and is applicable to any towering personage . . . .” (William Holwell, A Mythological, Etymological, and Historical Dictionary, (London: C. Dilly, 1793) p. 308.

8 Alexander Hislop, The Two Babylons, (New Jersey: Loizeaux Brothers, Inc., 1959) pp. 66 and 67.

9 Ovid, Fasti, lib. I. II. 95, 99, Vol. III, p. 18.

10 “Cybele,” Tooke’s Pantheon of the Heathen Gods and Illustrious Heroes, tr. Andrew Tooke, (London, 1806), originally Pantheum Mythicum Seu Fabulosa Deorum Historia by Jesuit scholar François Pomey, p. 153.

11 Hislop, op. cit., p. 207.

12 “In proof of the fact that this claim was first made in 431, see Elliot’s Horæ, Vol. III, p. 139. In 429 he gave a hint at it, but it was only in 431 that this claim was broadly and distinctly made.” (Hislop, ibid., both quote and footnote, emphasis original.)

13 See John Parkhurst, An Hebrew and English Lexicon, Without Points, (London, 1799), p. 602.

14 Hislop, op. cit., p. 208.

15 Hislop, ibid., pp. 208-210, emphasis original; see also Jacob Bryant, A New System or an Analysis of Ancient Mythology, (London: J. Walker, 1807) Vol. I, pp. 308-311, 356, 359-362.

16 Revelation 17:5

17 “In the Litany of the Mass, the worshippers are taught thus to pray: ‘God HIDDEN, and my Saviour, have mercy upon us.’ –(M’Gavin’sProtestant, Vol. II., p. 79, 1837.) Whence can this invocation of the ‘God Hidden’ have come, but from the ancient worship of Saturn, the ‘Hidden God’? As the Papacy has canonized the Babylonian god by the name of St. Dionysius, and St. Bacchus, the ‘martyr,’ so by this very name of ‘Satur’ is he also enrolled in the calendar: for March 29th is the festival of ‘St. Satur,’ the martyr. – (Chambers’s Book of Days, p. 435)” Hislop, op. cit., p. 269, footnote.

18 Fasti, lib. VI. II. 31-34, Vol. III, p. 342.

19 Historia Naturalis, lib. III. 5, p. 55.

20 Origo Gentis Romanæ, cap. iii.

21 Hislop, op. cit., pp. 269-270, italics original, bold supplied.

22 See www.vatican.va/holy_father/benedict_svi/elezione/stemma-benedict-svi_en.html. While it may be “common in the Bavarian tradition,” no one knows how the tradition began.

23 Ibid.

24 See www.heraldry.ws/info/article05.html; also, www.fleurdelis.com/meanings.htm

25 Ibid.

26 The other two are Rome and Jerusalem.

27 See www.crusades-encylopedia.com, St. James the Moor Slayer, emphasis supplied.

28 See www.vatican.va/holy_father/benedict_svi/elezione/stemma-benedict-svi_en.html, emphasis supplied.

29 www.telegraph.co.uk/news/worldnews/1529021/Muslims-condemn-Pope-for-insulting-Prophet.html

30 Hislop, op. cit., p. 43, emphasis supplied.

31 Sir John Gardner Wilkinson, op. cit., Vol. VI, Plate 33.

32 See Hislop, op. cit., pp. 44 and 45; Wilkinson, op. cit., Vol. IV, pp. 341 and 353.

33 Osiris was typically portrayed wearing the white shroud of a mummy as he was god of the afterlife.

34 Hislop, op. cit., footnote, p. 238, emphasis original.

35 Hislop, ibid., p. 271.

36 See Daniel 7; compare with Daniel 2:38-40.

37 www.stedmundsbury.gov.uk/seb/live/arms.cfm

38 Office of Bishop Skylstad, Catholic Diocese of Spokane, Washington. Upon inquiry, the Assistant to the Bishop stated, “Anything after 4 o’clock on a Saturday can be considered the weekend mass. That takes care of the whole weekend. You don’t have to go again on Sunday.”

39 I Corinthians 10:20

40 Frederick Walpole, The Ansayrii, (London: Richard Bentley, 1851) p. 397. See also, Sir Austen H. Layard, Nineveh and Its Remains, (London: John Murray, 1853), Vol. I, pp. 287-288. The Turks, who came from the Euphrates, render it the same way. In Redhouse’s Turkish Dictionary, the pronunciation of “Satan,” is rendered as shèyt?n (J. W. Redhouse, London: Bernard Quaritch, 1880, p. 277.)

41 Hislop, op. cit., p. 276, emphasis original.

42 II Thessalonians 2:7

43 Matthew 12:8

44 Letters to the Protestants of Scotland, First Series, (Edinburgh, 1852), p. 121, as quoted in Hislop, op. cit., p. 285.

45 Hislop, op. cit., pp. 2-3.